Geschiedenis

BALTUSSEN Konservenfabriek is in 1868 opgericht en daarmee de oudste nog bestaande conservenfabriek in Nederland. In de eerste honderd jaar was het een familiebedrijf dat appelstroop, jam en andere fruitconserven produceerde onder de naam Betuws Roem. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de fabriek volledig verwoest en moest de productie tijdelijk elders worden voortgezet. Dankzij samenwerking met collega-bedrijven kon de familie Baltussen na de oorlog de draad weer oppakken.

Aan het eind van de jaren vijftig van de vorige eeuw nam de belangstelling voor appelstroop en jam onder consumenten af. Het bedrijf stapte daarom geleidelijk over naar groenteconserven. Duitsland werd een belangrijke afzetmarkt. In 1999 nam de laatste Baltussen afscheid. De fabriek wordt nu aangestuurd door Ruben Bringsken en maakt deel uit van een groep van voedingsbedrijven.

Samen sterk

Samenwerken met anderen is voor BALTUSSEN nog steeds vanzelfsprekend. Zowel in de keten – met telers en inkopers – als met andere partijen met hetzelfde gedachtegoed: gezond en voldoende voedsel als basisrecht. We streven naar langdurige contracten en relaties met telers zodat de bodem optimaal kan worden benut zonder uitgeput te raken. Telers die omschakelen naar biologisch ondersteunen we. BALTUSSEN is onder meer actief lid van brancheverenigingen FNLI en VIGEF.

Verspilling tegengaan

Met ketenpartners werken we aan een integrale aanpak om verspilling terug te dringen. Van grondstoffen én reststromen. Dat betekent: vraag en aanbod goed op elkaar afstemmen, optimale oogstmomenten prikken, eenduidige afspraken maken over kwaliteit en slimme logistiek.